Sterrenregen schrijft al 79 jaar toneelgeschiedenis
De Jaren '40
Niet alleen binnen de eigen rangen, maar ook voor de parochie én de hele gemeente.
Wat ooit begon als een hartelijke uitlaatklep voor ontspanning en plezier, groeide uit tot een passie die als een gouden draad doorheen hun rijke verhaal loopt. Met tomeloze inzet en liefde voor het podium hebben zij zich ontpopt tot vurige pleitbezorgers van een eigen, onafhankelijke zaal voor onze parochie.
Hun missie was en is duidelijk: een warme, autonome thuis creëren voor het lokale toneel, en die met veel zorg blijven verbeteren.
In het begin stonden ze er alleen voor, maar mettertijd sloten geëngageerde mensen en verenigingen zich enthousiast aan.
Natuurlijk was het pad niet altijd geplaveid met bloemen. Ook Sterrenregen kende hindernissen. Maar met een flinke portie veerkracht, een lach, en een traan, werden moeilijkheden overwonnen. Want wat telt, is het resultaat: een schitterende balans die aan de zonkant kleurt.
Op naar de volgende 79 jaar vol creativiteit, verbondenheid en applaus!
Wij beschouwen dit verhaal niet als “af”, maar eerder als een uitnodiging — een warme aanzet tot de verdere voortzetting van Sterrenregen, als bloeiende vereniging in het hart van het kleine, maar fiere Droeshout.
Tegelijk is het een oprechte dankbetuiging aan de vele mensen die, doorheen de jaren, de mooie toneeltraditie levendig hebben gehouden en met hart en ziel hebben verder gedragen.
Er was eens
...Zo beginnen de meeste sprookjes — en geef eerlijk toe, wie was daar in zijn jeugd niet door betoverd?
Eigenlijk is het verhaal van toneelvereniging Sterrenregen niet zo anders begonnen. Er was eens...een groep mensen met een gedeelde droom, een passie voor spel en samenzijn. Zo ontstond een verhaal dat geen einde kent, maar telkens opnieuw begint — op het podium, tussen de coulissen, en in de harten van velen.
Toen in het jaar 1946 de officiële kerkwijding van onze parochie plaatsvond — onder leiding van Mgr. Suenens— werd dit groots gevierd. Er was een feestelijke stoet, een heuse Vlaamse kermis, en een sfeer die bol stond van blijdschap en verbondenheid.
Ook in het centrum van Opwijk liet onze parochie zich niet onbetuigd tijdens de Bevrijdingsstoet. De verschillende verenigingen uit Droeshout bundelden hun krachten onder de bezielende leiding van Pastoor Frans Dierickx, de man die talloze verenigingen mee boven de doopvont heeft gehouden.
Onder zijn impuls, en met de jonge energie van de Studiekring (opgericht in 1941) — geleid door voorzitter Frans Vanderborght en verslaggever Adolf Meysman— werden al tijdens de oorlogsjaren spreekbeurten, lezingen én bonte avonden georganiseerd. Daar werden sketches en kleine toneelstukjes opgevoerd: de kiem van wat later een echte toneelvereniging zou worden.
Toen de korte broek ingeruild werd voor ernstigere plannen, en de ervaring van de grote feesten in 1946 groeide, werd besloten om een eigen toneelkring op te richten. En zo ontstond, met een knipoog naar de sterrenhemel boven Droeshout, Toneelkring Sterrenregen.
De jonge stichters achtten zichzelf nog wat groen achter de oren, en dus werden er enkele ervaren krachten bij gehaald. Onder hen Frans Blanchart, meester Jozef Vermeiren Jan Wouters, die zelfs al toneelervaring had opgedaan in Baardegem.
De stichting leidde tot een heuse "mannentoneelvereniging", naast de toenmalige Liturgische Kring, waarin enkel dames actief waren. Deze scheiding was jarenlang kenmerkend voor de werking van Sterrenregen. Tot voor enkele jaren was de vereniging dan ook in hoofdzaak een mannenaangelegenheid, met een overvloed aan acteurs — maar waar steevast "verdomd hard" gezocht moest worden naar actrices.
Een opmerkelijk contrast met de meeste andere toneelverenigingen van die tijd — en misschien wel een uniek stukje Droeshoutse geschiedenis.
Het spelerspotentieel begon stilaan in een andere richting te evolueren.
Het moge de lezer verrassen, maar rond de eeuwwisseling tot vermoedelijk in de jaren ’20 kende Droeshout al een eigen toneelkring: "Eigen Schoon"— en dat was toen al een gemengde vereniging! Legendarische dames maakten er deel van uit, zoals Bertha Vertommen(beter bekend als Bertha van Cater, Bertha van Jeang van Cater, of Bertha van de oude koster) en Maria Decker.
Maar goed, Sterrenregen werd opgericht onder een heel ander gesternte.
Vanwaar die naam Sterrenregen?
Zoals eerder vermeld, ontstond de vereniging in een armoedige periode, getekend door miserie en schaarste. In die tijd versierden jonge meisjes hun kamers vaak met foto’s van filmsterren — hun eigen, persoonlijke glimp van glamour en droom. De link met toneel was snel gelegd: ook daar wemelde het van de 'sterren'.
Een regen van sterren dus — of beter gezegd: Sterrenregen.
Het was Adolf Meysman, één van de medestichters, die op dit originele idee kwam. En toegegeven: het is een naam die tot op vandaag nog niets van haar kracht of creativiteit verloren heeft.
Adolf bedacht bovendien een eigen lijflied voor de vereniging, dat bij bepaalde gelegenheden zelfs als hymnewerd gezongen. De melodie was gebaseerd op het nummer Mooi Holland van The Ramblers, het befaamde VARA-dansorkest onder leiding van Theo Uden Masman.
De herkenningsmelodie werd tijdens de repetities plechtig ingezet door de dirigent en kende toen veel bijval. Het vormde de opmaat naar 45 minuten swingende, pittige muziek. Tot op de dag van vandaag is Adolf een vurige bewonderaar van dit legendarische orkest, dat actief was van 1926 tot 1964. Zijn collectie “muziek voor grote bezetting”— echte bigbandstukken — is ronduit indrukwekkend.
Tijdens één van de repetitie-avonden viel toevallig ook de feestdag van de “drie Fransen”:
Frans Blanckaert(eerste secretaris), Frans Dierickx(pastoor), en Frans Vanderborght(voorzitter van de Studiekring).
Toeval?
Of een sterrenschikking op maat van een vereniging die geschiedenis zou schrijven…
De beginjaren: pionieren met passie
De infrastructuur — als we dat woord al mochten gebruiken — was in die beginjaren zeer primitief. De locatie was de huidige zaal, maar toen nog opgedeeld in klaslokalen van de lagere school. Pas bij de aanvang van de kerstvakantie gingen de harmonicale deuren open, werden de klaslokalen leeggemaakt, en werd een laag podium in elkaar gezet.
Dat podium groeide trouwens mee met de vereniging: elk jaar een beetje hoger, tot het zijn huidige vorm kreeg. Tijd voor het opbouwen van decors was er amper. Men speelde dus noodgedwongen met geleende doeken en eenvoudige zetstukken.
De stoelen werden in de beginperiode geleend of gehuurd bij verenigingen uit de buurt, onder andere uit Merchtem en Lebbeke. Het vervoer? Dat gebeurde klassiek met paard en kar, het vervoermiddel bij uitstek in die tijd.
Dat de kwajongensstreken nooit veraf waren, bewijst het verhaal van een verloren kaatswedstrijd in Merchtem, waarna onze spelers uit baldadigheid een beker ‘ontleenden’. De Merchtemenaars lieten zich niet onbetuigd: bij de eerstvolgende opvoering in Droeshout lieten ze een legertje kikvorsen kwaken in de zaal, tot groot jolijt van het publiek.
De verlichting was een nog groter avontuur. Elektriciteitspanne was schering en inslag. Met behulp van een lange kabel, vertrekkend vanuit een ‘prise’ in het torentje van de kerk, probeerde men letterlijk licht te brengen in de duisternis.
En dan waren er natuurlijk de klassieke verhalen. Zoals die van de acteur die, na iets te veel cider, toch met verbluffend geheugen en bravoure zijn rol neerzette. Of die memorabele uitstap naar Aalst, waar een voorstelling voor het leger abrupt eindigde toen de militairen om 10 uur stipt terug de kazerne in moesten — midden in de slotact!
Onze stichters waren hun tijd ver vooruit: zo hadden ze — geloof het of niet — al condooms in hun zakken. En de dorstige laven was bij hen beslist meer dan één van de acht zaligheden. Getuige daarvan: een nachtelijke escapade waarbij ze om
3 uur ‘s nachts nog op de trappen van de kerk in Opwijk de wereld zaten te verbeteren.
De bekende slaapmutsenwaren toen ook al “in”, wat toch wel een mooie lijn van continuïteit toont over de afgelopen 79 jaar.
De grime werd met grote zorg verzorgd door meester Jozef Vandenmeersche. En jawel, ook toen al was huis Remade een trouwe leverancier van kostuums en pruiken!
In het allereerste kasboek, officieel in gebruik genomen op 25 september 1946 door Frans Blanckaert, vinden we een heerlijk ouderwetse uitgave: 26,25 frank voor een kruk en vier paumels(spreek uit: pommel— een soort scharnier). Andere merkwaardige aankopen die in het boek genoteerd staan, zijn o.a. een "satinisse"(ritssluiting) en "colle à froid"(koude lijm).
In februari-maart 1947 werden de eerste toneelschermengemaakt en in september werd een voorraad stoelen aangekocht. Dat toont aan dat de stichters niet alleen enthousiastelingen waren, maar ook echte doeners en ondernemers. Ze zorgden ervoor dat Toneelkring Sterrenregen stevig geworteld raakte in Droeshoutse grond.
En het was niet alleen techniek of decoratie dat aandacht kreeg — ook de innerlijke mens werd goed verzorgd.
Niet zelden ging er dan ook een bijdrage richting meneer pastoor of broeder...
De Jaren '50
De jaren vijftig brachten nieuw bloed met zich mee:
Dappere, jonge mannen die zich niet al te veel lieten afleiden door het vrouwvolk en over wie men wel eens grapte dat ze “met den bond getrouwd waren.”
Onder hen: Pierre Van Kalekes.
Een zekere L. Bastindook slechts één keer op in de archieven — in 1952, in Het Geheim van Prins Ivan Ivanovitch. Maar alle gekheid op een stokje: het échte verhaal begint bij de aankomst van Hector Meskens, André Merganen, tegen het einde van de jaren ’50, Marcel Vandemeersche.
Zij waren niet de enigen, maar vormen — samen met Alfons Uyttersprot— de overblijvende actieve bestuursleden die decennia lang hun schouders onder Sterrenregen zijn blijven zetten. Ware monumenten van de vereniging.
Op toneelvlak kabbelden de werkjaren in de jaren ’50 gestaag verder. Een typisch kenmerk van die tijd: na een ernstig stuk of een drama volgde steevast een komische eenakter om de avond op luchtige wijze af te sluiten. En dat had zo z’n reden...
De mensen die aan de uithoeken van de parochie woonden, moesten vaak in het pikdonker en te voet naar huis — soms meer dan een halfuur. En in die tijden waren spoken, witte wieven of zelfs de gevreesde Kleudde met zijn kettingen nooit veraf in de verbeelding. Dus ja, men verliet liever het zaaltje met een lach dan met een krop in de keel!
Ook de liefde voor muziek bleef voelbaar. De avond werd steevast ingezet en afgesloten met een lied, en er werden ook al opvoeringen gegeven in de vooravond. Voor de première was er telkens in de namiddag een voorstelling voor de kinderen van de parochie— of was dit eerder een nuttige generale repetitie?
De regie lag in die periode in handen van Michel Ladens.
Midden de jaren ’50 paste het bestuur de reglementen aan. En wat denk je? Nee hoor — vrouwen werden nog steeds niet toegelaten, en meneer pastoor bleef stevig de touwtjes in handen houden. Gedeeltelijk was dat begrijpelijk: het was immers pastoor-regisseur-stichter Frans Dierickx die Sterrenregen in het begin van de jaren ’50 behoedde voor een vroegtijdige dood, toen er interne spanningen opdoken ondanks een sterke start.
De samenwerking met zijn opvolger, pastoor De Vos, verliep niet altijd even vlot...
In 1956 kreeg de vereniging veel lof voor haar productie van Schipper naast God van Jan De Hartog, ter gelegenheid van het 10-jarig jubileum. Toch was niet alles rozengeur en maneschijn: SABAM en Sterrenregenlagen toen al met elkaar overhoop.
Een brief van 2 maart 1956, afkomstig van de “dienst der rechtzaken”, eiste de betaling van 400 frank, na een eerdere herinnering op 20 februari. Het verzuim leidde bijna tot uitsluiting, wat betekende dat er geen enkele opvoering meer mocht plaatsvinden. Een sussende brief van toneelfonds Almo(toen leverancier van toneelboekjes) én de betaling van de openstaande rekening, brachten gelukkig redding.
Ook de archieven van de jaarlijkse souperszijn leerrijk. In 1957 kostte paardenvlees amper 40 frank per kilo— en onze gezonde mannekes aten er 12 kilo van! Een brood ging voor 7,25 frank over de toonbank.
In 1958 werd voor het eerst een officiële doopplechtigheid voor nieuwe leden neergeschreven. Henri Hermus, Gaston Vermeir, Karel De Witte en pater Hugo De Bauwlegden de plechtige verklaring af: ze verzaakten, beloofden, gingen akkoord, toonden hun verlangen, en bevestigden dit via artikel 14 van het reglement. Die formule, zij het in een licht aangepaste versie, wordt tot op vandaag nog gebruikt bij de opname van nieuwe leden in de Sterrenregen schoot.
We hadden in die tijd het geluk te kunnen rekenen op Jozef Meysman als een ware huis-koster. Bij elke doop was het een uitdaging om het kleinst mogelijke kaarsstompje te vinden — want na het draaien van de stola (uiteraard gemaakt van echte Op-Ale bierkaartjes) en het genieten van een schuimend pintje, moesten de dopelingen nog plechtig een kaars aansteken...
Het laatste stuk van dit decennium was: “Welterusten, Excellentie.”
Maar van uitrusten was bij de “excellenties” van Sterrenregen allerminst sprake, want zij stonden op het punt om één van de drukste en meest bepalende periodes uit hun bestaan in te gaan.
In 1958 verhuisde de bisschoppelijke jongensschool naar een nieuw gebouw, waardoor de oude klaslokalen — waar tot dan toe alle opvoeringen plaatsvonden — vrij kwamen te staan.
Een lang gekoesterde droom kwam plots binnen handbereik: een eigen toneelzaal, een vast podium, een thuis voor het theater...
Maar daarover meer — na dit overzicht van de jaren '60.
Jaren '60
Zoals de jaren ’60 voorspoed en vooruitgang brachten voor onze Westerse wereld, zo ging ook onze parochie niet onbewogen voorbij aan deze tijd van verandering.
De inhuldiging van de nieuwe jongensschool bracht meteen een moeilijk dilemma met zich mee:
Zou men onmiddellijk een zaal voorzien voor de parochie? Of zou men eerst het oude schooltje — het allereerste kerkelijke gebouwtje — omvormen tot een volwaardige parochiale feestzaal?
Uiteindelijk werd voor dat laatste gekozen, en de droom van een eigen feest- en toneelruimte kreeg vorm. Maar eerst moest er nog hard gewerkt worden: met man en macht werd de nieuwe school verder afgewerkt, met veel helpende handen en nog meer inzet.
En ja, we zouden niet in Vlaanderen zijn als er niet flink gekermist werd om de kas te spijzen.
Breughelmoed werd nogmaals aangewakkerd, en op 10 en 11 augustus 1960 vond het eerste parochiale volksfeestplaats, ten bate van de nieuwe school.
Sterrenregen, dat toen al veel ervaring had als organisator, werd in de jaren nadien de stuwende kracht achter deze feesten. Die veranderden af en toe van naam, maar de inhoud en de gezelligheid bleven jarenlang dezelfde.
Op toneelvlak bleef men de eerste jaren trouw aan het herentoneel, maar... het onvermijdelijke kon niet uitblijven.
Tijdens het jaarlijkse parochiefeest in 1963 werden de dames, die tot dan toe wat aan de zijlijn hadden gestaan, eindelijk officieel in de bloemetjes gezet. In datzelfde jaar brachten ze ook hun eerste optreden, in een regie van Nand Van der Straeten, met het ontroerende kerstspel van Felix Timmermans:
“En waar de ster bleef stille staan.”
De dames werden toegelaten met instemming van pastoor De Vos, en het mag gezegd: de kritieken waren unaniem lovend. Toch kwam er in 1964 geen vervolg. Men deed nog verwoede pogingen om een gastgezelschap te vinden voor een volgende productie, maar tevergeefs. De pastoor bleef dwarsliggen, wat uiteindelijk uitmondde in een ware briefwisseling met het aartsbisdom.
Mgr. Theeuws en Mgr. Schouteten staken de hoofden bij elkaar. Aanvankelijk vonden ze dat een gemengd toneelgezelschap in een parochiezaal niet gepast was, maar een jaar later werd het gemengd toneel toch goedgekeurd.
Intussen hadden onze ‘cracks’ niet stilgezeten. Met veel mankracht, goesting én een obligatielening van 164.000 frank(ondertekend door de parochianen zelf), werden de oude klaslokalen omgetoverd tot een heuse parochiezaal— zonder vensters, weliswaar, om zo goed mogelijk de kwaliteit van toneelopvoeringen te waarborgen.
Voor het eerst werden 50 gelakte buisstoelen aangekocht.
Het is nergens met zekerheid terug te vinden, maar vermoedelijk deed zich ooit een “accidentje”voor tijdens de oogstfeesten, want vanaf de jaren ’60 duikt er steevast een verzekering op voor de arbeiders die meewerkten aan de feesten. In 1966 was de school volledig afgewerkt, en men kon op dezelfde leest verder bouwen om de obligatielening terug te betalen.
Tegen het twintigjarig jubileumstond de vereniging dus voor een stevige uitdaging. Eerdere afspraken met de pastoor bleken niet gehonoreerd, wat leidde tot een nieuwe “kermistwist”— een dispuut over het gebruik van het feestlokaal.
Toch bleef Sterrenregen zich onvermoeibaar inzetten om de financiële engagementen voor de herinrichting van de zaal op zich te nemen. De meest markante titels prijkten op de affiches, en de aanwezigheid van de brouwerij werd nooit onder stoelen of banken gestoken. Dat bewijst ook de tong-in-cheek titel "Man en Mini", geïnspireerd op het verschil tussen de vertrouwde Op-Ale en de toen net gelanceerde mini-variant.
Dat op de affiche ook nog een dame in een minirokje verscheen, was wellicht geen toeval… 😉
Steeds kon men rekenen op de sympathie en steun van de hele parochiegemeenschap, én op de onbetaalbare inzet van talloze vrijwilligers — de "vrienden van den bond".
Wat me bijzonder ontroerde, was de briefwisseling met onze jongens in het leger. Militairen die actief dienden, kregen een kleurrijke vlag of brief toegestuurd als teken van verbondenheid — vaak rond het jaarlijkse eetmaal en de daarbij horende bestuursverkiezing.
Door de jaren heen was er een komen en gaan van spelers en medewerkers, maar de toneelband zelf bleef verrassend stabiel. Een vaste kern, aangevuld met trouwe familieleden, enthousiaste jongeren en een schare vaste medewerkers bij de oogstfeesten.
Zo gleed Sterrenregen stilaan de jaren ’70 binnen, stevig verankerd in de gemeenschap, trouw aan hun missie, en met de blik op de toekomst gericht.
Jaren '70
Als aanhef voor de bijzondere viering van 25 jaar Sterrenregen werd in 1970been eerder geopperd idee nieuw leven ingeblazen: de organisatie van een handelsbeurs voor de handelaars van de parochie.
Het werkjaar werd alvast met enorm veel enthousiasme ingezet, en dat bleek uit het nieuwe initiatief dat werd gelanceerd: de organisatie van een handelsbeurs voor de lokale handelaars van de parochie.
Tegelijkertijd liepen de elfde editie van de Sterrenregenfeesten(ondertussen alweer onder een andere naam), die in augustus plaatsvonden. Met onder andere een optreden van Jimmy Freybe hoorden deze feesten tot de absolute hoogdagen van de parochie.
Mensen gingen in die tijd zelden of nooit op vakantie, en zowel de kermisbals als de oogstfeesten konden rekenen op een massale toeloop. De organisatie verliep vlekkeloos: affiches, uitnodigingen, en zelfs een reclamestoet zorgden voor ruchtbaarheid.
Het werd, en zou ook in de toekomst blijven, een uithangbord van de vereniging.
Uit deze periode stamt ook de bijna volledig gedetailleerde archivering van alle activiteiten. Binnen deze tekst kunnen we uiteraard niet elk detail opnemen, maar de tentoonstellingen van vroeger, die van dit jaar, en hopelijk ook van de toekomst, getuigen van de inzet, het vertrouwen, de kracht en de passie van onze vereniging.
De zin voor nauwkeurigheid van toenmalig secretaris Marcel Vandenmeersche verdient hier zonder twijfel een grote pluim.
Een nieuw hoogtepunt: toneel en infrastructuur
Eind jaren '70 stond De Paradijsvogels van Gaston Martens op het programma. Al snel werd het een groot succes.
De opbrengst van dit stuk ging integraal naar de aankoop van nieuwe stoelen, én naar de afbetaling van het laatste deel van de obligatielening voor de verbouwingswerken aan de parochiezaal. De kas — voor zover die er ooit geweest was — was ondertussen volledig leeg.
Intussen werd ook de houten toneelvloer gelegd en aan de zaal werd een vernieuwde schuilplaats gebouwd, ten behoeve van de school.
Opmerkelijk detail: de factuur voor 8 vaten zeer lichte ale (bier)werd uitgeschreven... op een bierkaartje! De ingewijden kunnen u hierover misschien nog wel iets meer vertellen 😉
Het zilveren jubileum
Op 13 maart 1971 vond de grote viering plaats van 25 jaar Sterrenregen. De festiviteiten startten met een ontvangst op het gemeentehuis, waar Alfons Uyttersprot, de enige nog actieve stichter, de zilveren medaillein ontvangst mocht nemen.
De feestelijkheden werden helaas in lichte mate overschaduwd door het overlijden van pastoor-medestichter Frans Dierickx, daags voordien.
Toch kan ik me voorstellen dat, gezien de overvloedige maaltijd en de uitstekend gekozen wijntjes, dit droevige feit die dag wat naar de achtergrond werd geschoven — wellicht uit respect voor zijn wens om het feest te laten doorgaan.
Hierna vindt u enkele uittreksels uit toespraken en artikels die bij die gelegenheid werden uitgesproken en gepubliceerd. Want op geen betere manier kan men de geest van het moment en van de vereniging vatten dan in de woorden van wie erbij was.
En de boer... hij ploegde voort.
Tijdens de 12de Sterrenregenfeesten zorgde niemand minder dan Johnny White voor muzikale ambiance. Kerstmis van ’71 kwam en ging, maar bracht dat jaar geen toneelvoorstelling.
Toch bleef de vereniging niet stilzitten. In januari 1972 werd De Bungalow opgevoerd.
Naar aanleiding van het zilveren jubileum werd, onder impuls van Adolf Meysmanen, Frans Vanderborght, de Oudledenkring opgericht. Het doel? De vriendschappen die gegroeid waren binnen de vereniging blijvend versterken— tussen de actieve leden en zij die om beroepsmatige of persoonlijke redenen niet langer actief konden deelnemen, maar hun sympathie voor Sterrenregen nog steeds wilden tonen.
Intussen werd er op zoek gegaan naar een nieuwe regisseur. Nand Van der Straeten gaf de fakkel door aan Jef Verhaeren. Daarmee deed ook een ander soort toneel zijn intrede, maar de successen bleven niet uit.
Een sterke generatie bestuursleden nam het roer stevig in handen. Onder leiding van voorzitter Pierre Heyvaert, met secretaris Marcel Vandenmeersche, penningmeester Marcel Hermans, en bestuursleden Alfons Uyttersprot, Hector Meskens, Paul De Coninck, en de nieuwkomers André Merganen Paul De Vleminck, trotseerde men de uitdagingen van de tijd.
Zo werd in juli 1972, volledig in eigen beheer en regie, de lekkende dakbedekking van de parochiezaal vernieuwd.
We — of zeg maar de hele parochiegemeenschap — zaten alweer goed onder dak.
Uit die periode dateert ook de aanzet tot verdere vernieuwingen...
Men sprak toen nog van het geluk dat Droeshout kermis tijdens het verlof viel.
In de latere jaren keek men daar met een andere blik naar, maar toen was het nog een echt voordeel.
Voor het eerst werd er grootvee aangevoerd, en het succes was — alweer — enorm. De samenwerking met de Jaarmarktkring hield stand en houdt dat tot op vandaag nog steeds (en dus kan er volgend jaar opnieuw een 25-jarig jubileum gevierd worden!).
Op de affiche van de oogstfeesten stonden onder andere Rocco Granata (naar het schijnt met enige ‘ambras’ wegens oorverdovend volume) en Rita Deneve. Met Kerstmis trakteerde men het publiek op een spannende avond met het stuk “U spreekt met uw moordenaar.”
Een andere markante gebeurtenis: Sterrenregen werd gevraagd om deel te nemen aan de vernieuwde St.-Paulus Paardenprocessie in Opwijk-Dorp.
Tot op vandaag wordt het beeld van Paulus bij de Griekse en Romeinse geleerden uitgebeeld door onze groep — de laatste jaren met de gewaardeerde hulp van de Optimisten en K.S.J.
In het voorjaar van 1973 organiseerde men een speciale benefietvoorstelling, waarvan de opbrengst ging naar oud-lid E.P. Hugo De Bauw, intussen missionaris van het Heilig Hart in Zaïre. “De filosoof van Hagem”viel bijzonder in de smaak bij het publiek.
In 1974 nam men afscheid van regisseur Nand Van der Straeten, die intussen even was teruggekeerd, met de opvoering van “Opgeruimd staat netjes”— al had de titel niets met zijn vertrek te maken, laten we dat meteen duidelijk stellen 😉
Bestuurlijke wissels en toneelsucces
Het vertrek van pastoor De Vos in 1973 en de komst van zijn opvolger pastoor Remi Sanders deden niets af aan de blijvende steun van Sterrenregen aan de parochie.
Op 8 februari 1975 werd het twintigjarig voorzitterschap van Pierre Heyvaert met luister gevierd tijdens het jaarlijkse diner.
Het is dan ook gepast om te onderstrepen dat Pierre in al die jaren de drijvende kracht was achter het reilen en zeilen van heel wat Droeshoutse evenementen.
Dat heeft hem niet alleen veel respect, maar ook veel vriendschap gekost. Want de plaats aan de top is vaak ook de eenzaamste plek. Zoals men zegt: er zijn bloemen én bloempotten — en voor die laatste moet je uitkijken...
Pierre — de voorzitter in overall — kreeg zelfs bezoek van schepen van Cultuur Jef Van Biesen, die hem publiekelijk kwam huldigen. Velen stonden dan ook verbaasd toen, enkele weken later, in alle stilte en vriendschap, de voorzittershamer werd doorgegeven aan Marcel Hermans, met aan zijn zijde secretaris Luc Hermans en penningmeester Willy Segers.
In 1975 werd ook Norbert Vissers aangesteld als nieuwe regisseur. Aangebracht door lid Gust Van Mulders uit Vilvoorde, werd bewust gekozen voor een nieuw soort toneel, en met succes!
Stukken zoals “Het lijk is zoek”, “De tante van Charley”, “Robinson mag niet sterven”, “Schat, ik ben 't hoor”, en “Kaviaar of spaghetti?”trokken gemiddeld 1.200 tot 1.300 toeschouwers— een absoluut succes!
Vanaf 1975 werden ook jaarlijkse uitstappen georganiseerd. De anekdotes zijn intussen legendarisch, zoals het bezoek aan het dierenpark van Tuddern, de eerste vliegtuigreis naar Jersey, en later de reis naar Málaga, die nog steeds met veel plezier wordt opgerakeld.
"Waarschijnlijk komt dit voor velen onder de lezers wellicht tot op een of andere manier wat meer herkenbaar over: de jaren ’80."
Het 35-jarig bestaan van Sterrenregen werd gevierd met een prachtproductie:Het Onstuimig Hart van John Patrick. Unaniem lof van pers en toneelliefhebbers duiden de richting aan die Sterrenregen de daaropvolgende jaren zou volgen.
Op 6 maart 1980 nam Marcel Hermans tussentijds ontslagals voorzitter om beroepsredenen. Willy Segers en Jozef Hermans werden unaniem aangeduid als respectievelijk voorzitter en penningmeester. Op 9 januari 1981 werden ze officieel bevestigd in hun functies door alle leden.
Marcel Vandenmeersche en enkele andere trouwe leden (waarbij we zeker Francine Heyvaert moeten vermelden) startten datzelfde jaar het allereerste jeugdtheaterproject: "De Maanezel". Enkele jaren lang bracht onze eigen jeugd verschillende gesmaakte producties. "Liefde op de zesde verdieping" en "Con Amore" spreken nu misschien tot de verbeelding, maar behoorden toen niet meteen tot de hoogtepunten van ons kunnen.
Gelukkig herstelden producties als "De Spaanse Vlieg" en de volkse opvoeringen van "De Wonderdoktoor" het lichtjes gehavende imago.
Zoals we eerder al vermeldden, vergde de inzet voor bijvoorbeeld kermisvoorstellingen enorm veel energie. Sterrenregen was – en is nog steeds – een kring met relatief weinig leden. Het hoeft dus niet te verwonderen dat de medewerkers zelden zelf konden genieten van hun eigen voorstellingen.
Toch blijven evenementen zoals het onaangekondigde "Vrij Podium" in stamcafé De Herder op kermisdinsdag in de zomer van 1982 legendarisch. Dergelijke café-chantants en vrije podia waren uitvindingen die in de jaren ’80 mensen wisten te amuseren én ook andere Droeshoutse parochiale verenigingen actief betrokken bij het sociale en culturele leven van de parochie.
Samenwerking – die vaak op veel weerstand botste – kreeg stilaan meer vorm. Oude (al dan niet vermeende) vetes werden opgeborgen of weggespoeld, en nieuwe ideeën begonnen te rijpen. Die samenwerking bleek broodnodig voor de bouw van onder andere nieuwe vergaderlokalen, de keuken, de verbindingsgangen later zelfs jeugdlokalen.
Op 5 maart 1985 overleed erevoorzitter Pierre Heyvaert na een slopende ziekte, één jaar nadat hij samen met zijn onafscheidelijke tochtgenoot Alfons Uyttersprot werd geridderd in de Orde van het Gulden Masker– een eer die wordt toegekend aan verdienstelijke medewerkers binnen het amateurtheater van Vlaams-Brabant en Brussel.
Twee jaar later vielen ook André Mergan en Hector Veskens diezelfde eer te beurt. Opnieuw twee jaar later volgde Marcel Vandenmeersche.
De viering van 40 jaar Sterrenregen in september 1986 getuigde van smaak en klasse. Een gouden medaille voor Alfons Uyttersprot en een Ridderorde van Leopold II maakten de feestvreugde compleet. Maar vooral de kunstzinnige tentoonstelling over 40 jaar Sterrenregen genoot van een massale belangstelling.
Sterrenregen beheerst elk genre en probeert elk toneelliefhebber zijn gading te bieden via een zeer gevarieerd repertoire. Dit is een opmerking die we de laatste decennia vaak mochten horen van zowel pers als publiek. En terecht, want ook voor bestuur, spelers en helpers blijft het op die manier boeiend en fris. Het plezier mag nooit ver weg zijn – en eerlijk gezegd: dat is het ook niet.
Bewijzen daarvan? Successtukken zoals "De Muizenval" van Agatha Christie of "Het Strohoedje" met vier onvervalste huwelijksrecepties na de voorstellingen, " De vlo in het oor", "Sassafras" en het soldaten stuk " slechte tijden voor serganten"
🎭 Een jaar vol hoogtepunten – 1990
Toneelmatig werd 1990 opnieuw een topjaar.
“Kým Kohút Nezaspieva”(“Als de haan niet kraait”) was een bijzonder aangrijpend stuk dat zich afspeelt in de oorlogsjaren, maar nog steeds brandend actueel aanvoelt. Ook “Dwazen” van Neil Simon– een sprookje voor grote mensen – wist het publiek te bekoren.
Daarnaast stonden er nog sterke titels op het programma:
Deze voorstellingen leidden ons als vanzelf naar de grote productie van dat jaar én de eerste herneming in 50 jaar Sterrenregen:
“En waar de ster bleef stille staan” van Felix Timmermans, opgevoerd in de parochiekerk van Droeshout.
Ter gelegenheid van de viering van 100 jaar parochie Droeshout (1895–1995) werd een gewaagd en ambitieus project op poten gezet. Met de steun van talrijke verenigingen en sympathisanten – waaronder de Koninklijke Harmonie De Volhardingen het jongerenkoor– werd deze jubileumviering opgeluisterd tot een groots en sfeervol spektakel.
Een bijzonder detail: zelfs de provinciale steenweg werd tijdens de voorstellingen verkeersvrij gemaakt– een uniek gebeuren dat de bijzondere organisatiekracht van dit project onderstreepte.
🛠️ Vernieuwing & Vooruitzicht
Ook achter de schermen stond Sterrenregen niet stil. Het materiaal in de zaal wordt stelselmatig vernieuwd:
Dit alles vergt uiteraard veel werkkracht, enthousiasme, geduld, tijd en financiële middelen.
🌟 Naar de toekomst
Sterrenregen maakt zich klaar om, dankzij een nieuwe ledenwerving, verder te bouwen aan een plezant, artistiek en leefbaar Droeshout.
Trouw aan zijn onafhankelijkheid, soms eigenzinnig, maar steeds bezield door de beste bedoelingen en idealen, wil de vereniging blijven bijdragen aan de glorie van een klein maar warm parochietje in het noordwesten van Brabant.
Droeshout: waar het goed is om te leven, in eenvoud en in allesomvattende vriendschap.

Wij zijn K.T.V. Sterrenregen, een gepassioneerd theatergezelschap dat zich toelegt op het brengen van komische stukken die het publiek laten lachen en genieten. Onze voorstellingen zitten vol humor, energie en plezier – theater waar je vrolijk van wordt!
Copyright © Alle rechten voorbehouden
Webmaster : Björn Deschrevel